Interview 2013

GROTE REIZIGERS

Carl De Keyzer:

“Eigenlijk ben ik liever thuis”

 

Magnumfotograaf Carl De Keyzer (55 en Kortrijkzaan) reist al gans zijn leven de wereld rond onder moeilijke omstandigheden. Het resultaat is een portfolio fotoboeken om u tegen te zeggen, pure wereldklasse. Maar elke tocht genereert angst, stress en onzekerheid. “Ik doe dat niet voor mijn plezier. Het is werk.” Een gesprek over opofferingen.

 

Je reist continu de wereld rond, terwijl je eigenlijk liever thuis zou blijven…

Ja, dat is waar (lacht). Van nature ga ik niet graag weg. Ik word net vóór een reis trouwens altijd effectief ziek, alsof mijn lichaam een signaal wil geven. Ik heb dan zware hoofdpijn, krijg koorts, of wat dan ook: allemaal goede redenen om thuis te blijven.

Een trauma na je eerste grote project: India?

India (1985) was destijds uiteraard een beproeving. Het was mijn eerste grote reis buiten België en ik had eigenlijk niet de middelen om zo’n groot project aan te pakken. Omdat ik in die periode ook lesgaf, kon ik alleen in juli en augustus reizen, en dat is daar niet echt de beste periode van het jaar. Toen ik in Delhi arriveerde sloegen de loden hitte en de onmenselijke vochtigheid me als een zwaar deken om het lichaam. ‘Hoe ga ik dat twee maanden volhouden?’ dacht ik. Bovendien: ik had een rugzak vol goede moed, maar geen centen. Het was dus afzien van begin tot eind. Tot overmaat van ramp werd ik ook echt ziek, de combinatie van een zonnesteek en een voedselvergiftiging. Daar lag ik dan, te ijlen op een kamertje van een paar dollars. Gelukkig ben ik finaal heelhuids thuis geraakt. Mijn toenmalige vrouw is mij komen ophalen aan de luchthaven, ik vloog haar in de armen en zei: ik ga nooit meer op reis. India had dus meteen het einde van mijn loopbaan kunnen zijn. Maar toen ik de foto’s ontwikkelde, waren er een paar bij waar ik heel blij mee was. Daardoor ben ik nog terug naar India gegaan. Toen is er een uitgever op de proppen gekomen en zo is mijn eerste boek gerealiseerd, het begin van een ganse reeks. Een vijftiental zijn het er ondertussen, denk ik.

Reizen werd dus een conditio sine qua non, want ook je andere grote projecten speelden zich in het verre buitenland af. 

Ik ga voor resultaat, en dus doe ik het. Mijn lichaam mag dan spartelen, mijn geest zet door. Al in mijn jonge jaren werd me snel duidelijk dat ik onafhankelijk wilde zijn. Niemand zou bepalen hoe mijn leven er uitzag. En zeker geen redacteurs of museumdirecteurs (lacht). Ik kom uit een beschermend Kortrijks gezin, studeerde Latijn-Wetenschappen en was gedoemd veearts te worden. Uiteindelijk belandde ik in de Academie voor Schone Kunsten, de duivel in persoon (lacht). Maar het werd een openbaring. Al dank ik nog steeds de jezuïeten, want dankzij hen ben ik een harde werker geworden. Andere studenten hadden misschien meer talent dan ik, zij hadden niet de discipline. Het waren de jaren dat men dacht dat alles vanzelf zou komen, dat een goed idee automatisch kunst werd, maar dat bleek meestal niet het geval. Voor die grote fotografische vrijheid gaan, vergt moed. Ik heb risico’s genomen en het heeft ook implicaties voor mijn privéleven gehad. Maar mijn ambitie is groot genoeg, en dus ben ik er steeds voor gegaan. Dat klinkt waarschijnlijk egoïstisch, maar het is de enige methode.

Heeft India je ook geleerd om budgetvriendelijk te blijven reizen?

Het paar-euro-per-dag-principe is inderdaad lang een systeem gebleven. Ik verzin die spelregels ook om te kunnen blijven fotograferen, want ik ga nooit voor twee weken, maar altijd voor maanden weg. Door af en toe in opdracht te werken, koop ik mij de vrijheid om een paar maanden per jaar te reizen en aan mijn eigen projecten te werken. Met de jaren is natuurlijk het luxeniveau opgetrokken, vooral dankzij het gegeven dat mijn recente projecten gesponsord werden. Dat schept mogelijkheden, en dan dien je niet meer het goedkoopste, loeihete achterkamertje te nemen. Toen ik mijn boek over de USSR maakte, verbleef ik nog in een appartementje van honderd euro, zeventien etages hoog zonder lift. Een zelfstandige moet rekenen hé.

Maak je een onderscheid met vakanties? Laat je je dan gaan?

Oh nee, ik ga niet met vakantie. En ik ben zeker geen flierefluiter die de bars afdweilt. Wanneer ik aan een project werk, zit ik ’s avonds op mijn kamer te werken, te lezen of tv-reeksen en films op mijn laptop te bekijken. Ik zoek geen contact, zoek niemand op. En privé ga ik nooit op reis. Ik ben nu ondertussen aan mijn vierde relatie toe, en ze hebben het allemaal geprobeerd. Weekje strand, lekker ontspannen… Ben je gek? Ik ben alle hotels, stranden en zeeën direct beu, net als de pittoreske restaurantjes en must-sees. Mijn paradijs situeert zich thuis. Misschien daarom dat ik recent Gent-centrum ontvluchtte en dit oude kasteeltje in Melle kocht. Laat mij een maand alleen thuis zijn, en ik verveel me geen minuut.

God Inc, je magnum opus over de VSA, realiseerde je per motorhome. Is dat geen geknipte formule voor jou?

Tijdens dat project reisde m’n gezin mee, inclusief een kind van drie. Ik wist dat ik geen jaar alleen zou kunnen reizen, dus werd de motorhome de oplossing, genre huis op wielen. Maar sindsdien heb ik die formule niet meer gebruikt. Even speelde ik met het plan om hetzelfde te doen voor m’n recentste werk, ‘Moments before the Flood’ (over de dreiging van de klimaatopwarming, red). Maar uiteindelijk heb ik beslist om het met de wagen te doen, vooral omdat je met zo’n logge motorhome niet op alle kleine paadjes rond de kustlijn raakt. Een wagen is dan handiger.

Droom je nu van een verdere carrière zonder reizen?

Ik weet het niet, echt niet. In het reizen ben ik gerold. Het was een middel tót, maar ook een keurslijf. Momenteel zit ik in een slaapfase, heb ik de reiskoffer even aan de wilgen gehangen. Ik moet me weer opladen, helemaal opnieuw beginnen, want mijn batterijen zijn volledig plat. Als broodwinning werk ik aan een gezapig tempo aan een grote job waarvoor ik niet weg moet, dus dat past. Kijk: ik ben 55 ondertussen en produceerde alles tezamen zo’n vijftien megaprojecten annex boeken. Moet ik me weer gaan bewijzen?  Ik vraag me soms hardop af of ik mijn persoonlijke leven moet blijven opofferen ten dienste van mijn roeping. Heb ik al niet genoeg gemaakt? Was de laatste reis niet té zwaar? Misschien was ‘Moments before the Flood’ dus wel mijn laatste grote project. Zo denkt tenminste collega-fotograaf Jimmy Kets erover. Hij maakte een film, genre persoonlijk portret, over die periode. Over het werk van de lange adem, een marathon van 120.000 kilometer eenzaamheid en onderweg zijn.

Ooit een plek bezocht waar je zou kunnen wonen?

Alle landen waar ik werkte leverden emoties op. Met stip op de eerste plaats: Californië. Ik heb veel Amerikaanse vrienden en ben zowat dertig keer in New York geweest. De VSA trekt me op een vreemde manier aan, misschien omdat onze samenleving hier steeds beperkender wordt. Daarom verbouw ik ook een stokoud kasteeltje uit 1830, als isolerende oplossing.

Is er ondanks je reiscontradictie nog een plaats in de wereld die je absoluut zou willen zien?

Laat me gerust! (lacht). Nee, ik zie het me niet doen. Weet je… al die zogenaamde geniale plekken, meestal vallen ze tegen. Ik ben bijna overal geweest, en nooit als toerist, altijd als fotograaf, en gelukkig maar. De postkaart is altijd beter. Reizen is een wereld van illusies, een systeem waar ik zelf toe bijgedragen heb. Sommige mensen denken nu dat Siberië (het boek Zona, 2003) sexy is. Wel, dat is het niet!

In interviews, en ook in de documentaire OdysSea die Jimmy Kets over je maakte, kom je over als een zeer neerslachtig iemand, iemand die zich door het leven sleurt.

Misschien ben ik te eerlijk om te vertellen dat het zinnetje ‘Wat heb ik me nu weer aangedaan?’ regelmatig door mijn hoofd spookt. Het leven is geen oneindige vakantie hé. Neerslachtigheid vind ik een te duur woord, maar ik ben wel in mezelf gekeerd. En dan ga ik voor zo’n documentaire zeker niet even de vlotte boy spelen. Ik ben wie ik ben. En dat is inderdaad zelden uitbundig en opgetogen, wat niet wil zeggen dat ik me intrinsiek niet gelukkig voel.

Nog even wat olie op het vuur: wat was de moeilijkste reis?

Congo, met voorsprong. Onwaarschijnlijk lastig omwille van de veiligheid en de corruptie. Je maakt één foto en je eindigt in een gevangenis. Heel dikwijls gedacht in Congo: wat zit ik hier te doen?

 

Wie is Carl De Keyzer?

Kortrijk, 1958. Richtte samen met Dirk Braeckman in 1982 de fotogalerij XYZ in Gent op, gelegen naast de seksbioscoop ABC. Brengt ook in dat jaar in eigen beheer een eerste fotoboek uit. Breekt door met India in 1987, wordt in 1990 genomineerd voor het icoonfotoagentschap Magnum en is sinds 1994 volwaardig lid. Stelde ondertussen zo’n 180 maal tentoon in 50 landen. Is ongetwijfeld een van de grote Belgische fotografen van de voorbije decennia.

 

 

Carl De Keyzer: “Ik hou van plekken waar luidens de toeristen weinig te zien is. Dan moet ik namelijk als fotograaf actie ondernemen, de toegevoegde waarde zoeken. De cliché oogstrelende bezienswaardigheden zijn dan ook verschrikkelijk voor mij, allemaal té geprepareerd.”

 

Foto Gerrit Op de Beeck